Mededelingen

Verkoop

De eerste vogelmarkt begint weer op zaterdag 25 september 2010. Openingstijden van 8.30 tot 13.00 uur. Adres: Staartweg 24, 8321NB, Urk, tel.0527-684902

Zaad depot

Voor de openingstijden van het zaad depot klikt u hier.

Bingo

De eerst volgende bingo is in September.

 

Kweek met de Mexicaanse Nonpareil (Passerina ciris)

 

De Mex. Nonpareil is een bijzonder kleurrijk vogeltje dat in het wild voorkomt in het zuidelijke deel van de Verenigde Staten en Mexico. In Amerika wordt hij “Painted Bunting” (geverfde gors) genoemd. Onder de soort Passerina vallen tevens de lazulli vink (Passerina amoena), indigo vink (Passerina cyanea), veelkleurenvink (Passerina versicolor) en de regenboogvink (Passerina leclancherij).

Ook onze benaming roemt de kleurenpracht: Nonpareil is een Frans woord en betekent: kleuren als geen ander. De Mex. Nonpareil is overigens geen familie van de Indische Nonpareil (Erythura prasina), alleen de naam doet het wellicht vermoeden. De Indische Nonpareil is meer een amadine soort.

De meeste Passerina soorten zingen ook ’s nachts en beginnen hier al vrij vroeg in het voorjaar mee. Ze hebben in het algemeen een aangename zang, die heel zacht maar ook heel luid kan zijn, zeker voor zo’n klein vogeltje.

Alhoewel het mannetje opvallende kleuren heeft, zal hij in het wild toch niet makkelijk te vinden zijn, aangezien ze zich heimelijk verborgen houden in het groen. Het popje is sowieso moeilijk te vinden aangezien zij olijfgroen van kleur is.

De vogels leven in een warm klimaat, vergelijkbaar met Spanje. In de winter trekken de vogels uit Texas naar Mexico, de populatie in Florida gaat naar het zuidelijkste deel van Florida.

Het zijn vogels die duidelijk niet van kou houden; een winter in Nederland zonder verwarming zullen ze niet overleven. Ik probeer ze wel het hele jaar buiten te

houden, echter met verwarmde binnenvolière waar het niet kouder dan 5 graden wordt. Vogels die het hele jaar buiten zitten komen de winter goed door, zie foto’s.

Als de vogel enige tijd in gevangenschap gehouden wordt op een zaadmengsel, zal de mooie rode kleur van de man overgaan in geel, zie foto’s. Als de vogel weer in een beplante volière komt met voldoende levend voedsel en eventueel wat rode kleurstof (rood intensief) dan komt de rode kleur weer terug. Als ze teveel rode kleurstof krijgen dan wordt ook het groen op de rug bij de man en de pop roodkleurig.

Dit vogeltje is in het verleden in grote hoeveelheden vanuit Mexico geïmporteerd, er is echter bijzonder weinig mee gekweekt. En nu de vogels bijna niet meer binnenkomen via de import is het een schaars goed geworden. Waarom is er zo weinig nakweek?

Ik denk daar wel een verklaring voor te hebben gevonden. Het vogeltje lijkt op een zaadeter, en geeft een vinkachtige indruk. Het is echter veel meer een insectenetende vogel, ook qua gedrag en heeft dus een aangepaste kweekomgeving nodig.

De eerste stap is om de juiste voeding te verschaffen. Bij mij eten ze veelal buffalo’s, meelwormen en (eigengemaakt) eivoer met pinkies, zaad wordt in de broedperiode niet of nauwelijks aangeraakt. Ook is het belangrijk om het levend voedsel te verrijken met vitamines en mineralen; de vogel kan b.v. alleen meelwormen gaan eten als deze voldoende aanwezig zijn. Dit leidt op de wat langere duur onherroepelijk tot vitamine en mineralen tekort en uiteindelijk sterfte.

In het jaar 2004 had ik de eerste broedresultaten. Het zijn bijzonder goede broeders, zeker voor wildvang. Bij de pop die zat te broeden naast een drinkfontein, zie foto, kon ik gewoon het water verversen terwijl ze op het nest bleef zitten. De 2 kweekkoppels hebben toen 6 nesten met 4 eieren per nest gehad, echter alles onbevrucht! Dit had ik nog niet eerder meegemaakt, een eiwitrijke voeding is een deel van de oplossing, maar er is meer nodig.

De reden dat de eieren onbevrucht waren heeft alles te maken gehad met de ruimte waarin ze zaten. De vogels zaten in broedkooien van 1m50 lang, 40cm hoog, 40cm diep. Op zich ruime kooien voor deze relatief kleine vogels, echter ik had geen rekening gehouden met hun territoriale gedrag. De pop is in die periode de baas, zeker in de buurt van het nest. De man wordt dan ook alle kanten opgejaagd in deze kleine ruimte en kan zijn natuurlijke rol van territorium verdedigen niet waarmaken, laat staan voor een paring zorgen.

Een goede oplossing voor dit probleem is om de vogels te huisvesten in een ruime, beplantte volière waar zij alleen in zitten. Ik weet in elk geval van 2 vogelhouders dat zij in deze omstandigheden jongen van deze soort op stok hebben gekregen.

Nu ben ik beperkt met mijn ruimtes, dus ik heb iets anders bedacht. Ik heb aan de achterkant van de broedkooien een opening gemaakt, en daar, zo groot als de broedkooien ook zijn, een “open” kooi gemaakt, zie foto’s. De broedkooi heeft nu een binnen en buitendeel, zoiets als een duiventil. Zo heeft de pop haar territorium binnen in de broedkooi, terwijl de man buiten zijn territorium kan verdedigen. Dit heeft gewerkt.

Het mannetje begon al vroeg in het voorjaar met zingen, ook ’s nachts. De buren vroegen zich al af waar het vandaan kwam. Het eerste legsel was uiteindelijk in mei. Ik heb nu ook de balts en de paring kunnen zien. Dit gaat er heftig aan toe; in de buitenruimte werd door man en pop af en toe enorm gevochten. Meteen na een vechtpartij ging de pop in een baltshouding staan: kop naar beneden, staart omhoog en flapperend met de vleugels, niet mis te verstaan. De eerste ronde had 4 eieren waarbij er 3 bevrucht waren. Na 5 dagen zijn de jongen geringd. Hoewel dit bij lazulli vinken geen problemen opleverde (ringen waren afgedekt met ventielslang), werd dit niet geaccepteerd door de Mex. Nonpareils, gevolg 2 jongen dood, het derde werd ongemoeid gelaten en is later uitgevlogen. De volgende ronde zou ik ongemoeid laten

De 2e ronde bestond uit 4 eieren, het nestje was erg klein (diameter 4cm) en ik vroeg me af of dit wel goed zou komen, de eieren lagen zo’n beetje over elkaar heen. Het leverde echter geen probleem op. Alle 4 eieren zijn na 14 dagen uitgekomen en 9(!) dagen later verlieten de 4 jongen het nest. Nog klein, maar ze kunnen dan al wel fladderen. Ook de lazulli vinken kennen een zelfde tempo. De jongen zijn groot gebracht met enorme hoeveelheden buffalo’s en wat eivoer met pinkies. Na een kleine 3 weken kwam het klad er echter wel wat in: de jongen zagen er wel goed uit maar sliepen mij wat te veel overdag. Met 4 jongen was er wat meer nodig en ik ben gaan bijvoeren met diepvries krekels. Dit gaf direct een omslag, jonge vogels werden meteen veel actiever. Zonder jongen raakten ze dit dode voedsel niet of nauwelijks aan, nu werden er per dag zo’n 80 grote krekels verorberd. Na 4-5 weken zijn de jongen zelfstandig en zijn ze bij de ouders weggehaald. De jongen zijn grijskleurig.

 

 

 

 

De stamkweek


Inleiding
De stamkweek is de kortste weg naar het resultaat toe. In tegenstelling tot hetgeen sommige mensen denken dat topkwekers allerlei trucjes kennen voor een topkweek, blijkt tijdens het hele kweekproces weinig aan trucs te worden toegepast. Goed koppelen met goede en vooral gezonde vogels inclusief de kennis van de achtergrond van de kweekvogels (de stam) zal het meeste resultaat geven. Kortom, een kweker zal doordacht te werk moeten gaan. Zoals het overwegen welke vogels de kweker gaat kweken, het goed kennen van de afstamming van de vogels en de erfelijke factoren van de vogel kennen. Het gaat dus om het kennen van alle eigenschappen van de vogel. Hoe een kweker dit nu doet, is erg eenvoudig namelijk door al jaren aan stamkweek te doen. Dit artikel streeft er dan ook naar u als kweker te overtuigen van het nut van de stamkweek.

Wat is nu een stam?
Er is sprake van een stam wanneer een aantal vogels afkomstig uit een populatie vogels die qua afstamming in meer of mindere mate onderling met elkaar verbonden zijn. Zoals een streng geselecteerde groep vogels die weinig of geen verschil laten zien in hun erfelijke overdrachten. Het zogenaamde verdringingskruisen heeft ertoe geleid dat de meeste ongewenste eigenschappen verdwenen zijn. Hierbij werd geprobeerd de goede eigenschappen te behouden en zelfs te verbeteren van welke aard deze ook zijn. Een stam is dus een collectie vogels met dezelfde kenmerken die terug te vinden zijn in het pigment, vetstoffen, vorm, gedrag houding en zelfs in de erfelijke eigenschappen. Voor het verloop van de kweek is deze kennis erg belangrijk. Wanneer begonnen wordt met een stamkweek is het voor de kweker van essentieel belang op elk detail te letten en vastlegging te maken in het kweekboek. Zonder een kweekboek is stamkweek vrijwel onmogelijk. Dit proces loopt vanaf de koppeling totdat de vogels zelfstandig zijn. Volgende punten zijn erg belangrijk om vast te leggen.

- de afstamming van de vogels
- de erfelijke factoren (indien deze nog niet bekend waren)
- het gedrag van de vogels zoals het aantal eieren, nestbouw en voeren.
- de groei van de vogels maar ook de kleur.
- vorm, bevedering, houding en grootte.
- het aantal bonte jongen, waar en hoe?
- het vastleggen van TT resultaten en deze bijhouden.

Later in het proces wordt gestart met het uitschakelen van alle slechte en minder goede eigenschappen. De vogels met goede eigenschappen zoals kwekers die graag zien en zoals die ook het meest bekend zijn, houden we aan voor de resterende stamkweek.
.
Het opbouwen van een stam
Wanneer een kweker al beschikt over een selectie vogels die het redelijk goed doen in zowel de kweek als op de TT en daarmee een juiste benadering van de standaardeisen toepassen plus bekend zijn met de erfelijke eigenschappen, hebben al een basis gelegd om aan stamkweek te beginnen. Kweek bij de start van stamkweek nog geen nieuw bloed in tenzij u een andere kleur gaat kweken. De volgende stap is het benaderen van een kweker na het kweekseizoen die de gewenste kleurslag heeft en waarvan u via TT- uitslagen weet dat de resultaten goed zijn. Dit geeft een degelijke garantie dat het om goede vogels (stam) gaat en dus ook zeker aan stamkweek zal doen. Een kweker zal niet zijn beste vogels wegdoen maar kan ook niet alle vogels behouden. Als beginnende stamkweker is het verstandig goede afspraken te maken om tot een goede keuze te komen. Wanneer gestart wordt met de stamkweek is het belangrijk bij uw collega kweker twee mannen en vier poppen te kopen. De poppen mogen zusters zijn maar de andere twee poppen mogen absoluut niet verwant zijn. Dit is uiteraard zelf te controleren in het kweekboek van de verkoper. Bij inzage in het boek is het dan ook belangrijk om eventuele opmerkingen te noteren indien deze vermeld zijn. Let in het kweekboek op het volgende:
- kleurslag van de vogels
- afstamming van de vogels
- erfelijke factoren van de vogels
- de ringnummers
- de grootte van het nest
- eventuele TT-uitslagen

De reden om twee verschillende poppen te kopen ligt in de mogelijkheid om zo lang mogelijk door te blijven kweken met deze nakomelingen. In het geval van twee mannen (broers) koppelen aan vier zusters (door wisselbroed) spreken we over regelrechte inteelt. Met name wanneer we de jonge vogels in een later stadium nog onderling gaan koppelen (inteelt mag namelijk wel maar tot een zekere hoogte en zorgvuldig uitgeselecteerde vogels).

De kweek
Kweken vogels de hierboven beschreven methode levert in het eerste jaar een halfbroer en halfzuster op. Vanuit dit uitgangspunt zoekt een kweker na de kweek de beste vogels uit wat betreft kleur, tekening, bevedering, grootte en vorm. Wanneer zowel de vogels van de man als van de pop geselecteerd zijn kan een volgende keuze gemaakt worden voor het komende jaar. Zoals halfbroer en halfzuster of de keuze voor vader en dochter of moeder en zoon. Voor laatstgenoemde koppels geldt dat het gezonde goede vogels moeten zijn wat betreft grootte en vorm inclusief de structuur van de bevedering. Indien na deze koppelingen en enkele kweekjaren later bepaalde jonge vogels nog niet aan de verwachtingen voldoen, zoals te klein zijn of een afname van de structuur van de bevedering, dan is het verstandig om een vogel te kopen met de eigenschappen die bij uw huidige vogels minder aanwezig zijn. De achterliggende reden hiervan is de jonge vogels die voortkomen uit het koppel met nieuw bloed in te gaan zetten in de stam vogels die u als kweker al bezit. Het is ook mogelijk om een jonge vogel uit de tweede generatie terug te gaan koppelen aan de grootvader of grootmoeder. Het is namelijk mogelijk indien de kweker doordacht te werk gaat, erg ver te gaan wat betreft de verwantschap van kweekvogels zonder aan regelrechte inteelt te doen. De kortste weg om alle goede en minder goede eigenschappen te selecteren is via broer en zus maar dit kan alleen bij kerngezonde en sterke geselecteerde kweekvogels. Om die reden is deze methode niet direct aan te bevelen. Uit het hele proces blijkt dat het zeer belangrijk is een goede kweekadministratie te hebben en niet te snel een vreemde vogel in de stam te zetten om te gaan kweken. Voor de eerste jaren is het aan te raden om als volgt te gaan kweken:
Eerste jaar - man en pop (halfbroer en halfzusters)
- pop en man (halfzuster en halfbroer)
Tweede jaar
Het gaat in het tweede jaar om jongen of oudere vogels van paring uit het eerste jaar.
- vader en dochter
- moeder en zoon
- neef en nicht
- halfbroer en halfzuster
- oom en nicht
- tante en neef

Het kan zijn dat bovenstaande combinaties enigszins vreemd overkomen maar voor de beginnende kweker is dit de meest duidelijk manier. De gebruikelijke formule komt nu aan bod.

Derde jaar
De jonge vogels die genoemd zijn onder het tweede jaar kunnen onderling gekoppeld worden.
Vierde jaar
Dit jaar is voornamelijk voor ervaren kwekers bedoeld. Wanneer het nodig mocht zijn kunnen oudere vogels gekoppeld worden aan enkele nieuw aangekochte vogels. Deze vogels behoren wel nauw verwante vogels te zijn die ook drager zijn van nieuw bloed zodat deze vogels in het volgende jaar weer ingezet kunnen worden in de stam. Op die manier kan vele jaren doorgegaan worden zonder tot een direct inteelt te komen. Met deze methode kan met de vogels goed aan de top van de kweeksport meegedaan worden wat toch het ultieme doel is van stamkweek. Een andere veel gebruikte methode is de volgende.

De patrokliene en matrokliene methode
Een methode die erg veel lijkt op de eerder beschreven methode. Patrokliene methode staat voor vader gelijkend en matrokliene staat voor moeder gelijkend.
De patrokliene methode
- eerste jaar: man stamvader paren aan twee à drie goede poppen.
- tweede jaar: mooiste en beste dochters paren aan de stamvader.
- derde jaar: de mooiste poppen uit het tweede jaar koppelen aan de stamvader.
- vierde jaar: de nakweek van het derde jaar onderling kweken.
De matrokliene methode
Deze methode kunnen we starten met vogels uit het tweede jaar van de patrokliene methode waardoor twee lijnen ontstaan namelijk die van vader en moeder gelijkend.
- eerste jaar: pop stammoeder paren aan een goede en betrouwbare man uit de patrokleine methode.
- tweede jaar: de mooiste zoon uit het derde jaar terug paren aan de stammoeder.
- derde jaar: de beste zoon uit het derde jaar terug paren aan de stammoeder of dochter uit het tweede jaar.
- vierde jaar: de kweker bezit nu twee lijnen gelijk met de patrokleine methode. De jongen uit het vierde jaar kunnen onderling gepaard worden waardoor weer twee lijnen ontstaan.
Met deze methoden is het mogelijk om binnen enkele jaren een goede stam op te bouwen en te behouden indien de vogels niet getroffen worden door ziekten of andere tegenslagen. Het is aan te raden na enkele jaren een nieuwe lijn langs de bestaande lijn op te zetten maar hierbij altijd te blijven letten op de dominerende factoren.
Het nut van stamkweek is nu ruim aan bod geweest. Een basis leggen van waaruit geregeld goede vogels voortkomen wat uiteraard nauw samengaat met de nodige kennis en zonder tegenslagen. Op deze manier is het voor een kweker onnodig elk jaar nieuwe vogels te kopen aangezien de kweker zelf in staat is om via de stamkweek geregeld een prijs te ontvangen op tentoonstellingen. Wanneer de kweker zijn werk goed gedaan heeft, ontstaat in de loop van de tijd een selectie van goede gezonde kweekvogels. Langs de stamkweek is op lange termijn succes verzekerd zonder dat het nodig is de vogels te blijven kopen en het proces opnieuw te doorlopen in afwachting wat deze vogels als nakomelingen geven.